Duurzame koudemiddelen zijn vaak brandbaar: wat dat betekent voor airco's en warmtepompen in het bedrijf
De koudemiddelen in airco's en warmtepompen worden klimaatvriendelijker. Dat is de bedoeling van de Europese regels. De nieuwe middelen hebben wel een eigenschap die de oude niet hadden: ze zijn in meer of mindere mate brandbaar.
Waarom koudemiddelen veranderen
Gefluoreerde koudemiddelen, de zogeheten HFK's, zijn sterke broeikasgassen als ze vrijkomen. De Europese F-gassenverordening (EU) 2024/573, die de verordening uit 2014 vervangt, bouwt het gebruik ervan stapsgewijs af tot nul in 2050. De maat voor de klimaatimpact is de GWP-waarde. Het veelgebruikte R410A heeft een GWP van 2088. De opvolger R32 komt op 675, ongeveer een derde daarvan. Propaan, in de koeltechniek R290 genoemd, heeft een GWP van ongeveer 3.
De keerzijde: brandbaarheid
Koudemiddelen zijn ingedeeld in veiligheidsklassen. R410A valt in klasse A1 en is niet brandbaar. R32 valt in klasse A2L, de klasse met een lagere brandbaarheid. Propaan valt in klasse A3 en is goed brandbaar.
Zolang het koudemiddel in het systeem blijft, merkt niemand daar iets van. Het verschil ontstaat bij een lek. In een kleine of slecht geventileerde ruimte kan het vrijgekomen gas zich dan met lucht mengen tot een brandbaar mengsel. Hoe groot dat risico is, hangt af van de hoeveelheid koudemiddel, de grootte van de ruimte, de ventilatie en de aanwezige ontstekingsbronnen.
Welke normen en regels er zijn
Voor het ontwerp en de installatie van koelsystemen en warmtepompen geldt de Europese normenserie NEN-EN 378, met veiligheids- en milieueisen. Voor brandbare koudemiddelen is er in Nederland daarnaast de praktijkrichtlijn NPR 7600, gericht op de toepassing van brandbare koudemiddelen in stationaire koelinstallaties en warmtepompen.
Kan door een lek op de werkplek een explosieve atmosfeer ontstaan, dan gelden ook de bepalingen daarover uit het Arbobesluit. Of dat het geval is, volgt uit de beoordeling van de installatie en de opstellingsruimte. Bij een fabrieksmatig gesloten apparaat met een kleine vulling is de uitkomst anders dan bij een grote installatie in een technische ruimte.
De omgekeerde situatie: koelen in een bestaande gevarenzone
Er is ook een situatie waarin niet het koudemiddel, maar de omgeving het uitgangspunt is. In ruimtes die al als gevarenzone zijn ingedeeld, zoals analyserhuisjes, regelkamers in de procesindustrie of opslagruimtes voor oplosmiddelen, mag geen standaard airco worden geplaatst. Het apparaat zelf kan daar een ontstekingsbron zijn, ongeacht welk koudemiddel erin zit. Voor die toepassing bestaan explosieveilige airconditioners die voor zone 2 of 22 zijn gecertificeerd.
Wat je als bedrijf kunt doen
Vraag de installateur welk koudemiddel in een nieuwe airco of warmtepomp zit en in welke veiligheidsklasse het valt. Laat beoordelen of de opstellingsruimte daarvoor geschikt is, en werk met een installateur die voor brandbare koudemiddelen is opgeleid en gecertificeerd. Neem de installatie op in de RI&E en leg vast wie het onderhoud en de lekcontroles doet.
Brandbare koudemiddelen worden in de koeltechniek al lang toegepast, en met de juiste normen is dat goed beheersbaar. Het vraagt alleen dat de vraag naar veiligheid bij de aanschaf wordt gesteld, en niet pas na de oplevering.
