Onze website maakt gebruik van cookies.

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt. Meer informatie

Data-economie groeit: bijna 10 procent van Nederlands bbp afhankelijk van data

Data levert inmiddels een stevige bijdrage aan de Nederlandse economie. Uit het nieuwe PwC-onderzoek The rising value of data blijkt dat dataproducten in 2024 goed waren voor 9,6 procent van het bruto binnenlands product, omgerekend circa 108 miljard euro. Volgens het rapport hangen investeringen in data bovendien direct samen met toekomstige economische groei.

Voor het eerst brengt het onderzoek de volledige omvang van de Nederlandse data-economie in kaart. Barbara Baarsma, hoofdeconoom van PwC, noemt data een steeds belangrijkere motor van de economie. “Data wordt vaak niet als afzonderlijk product verkocht, maar verwerkt in processen, systemen en diensten. Dat bijna een tiende van de economie draait op data laat zien hoe groot die impact inmiddels is.”

PwC berekende de economische waarde van data op basis van de inzet van arbeid, software en hardware die nodig zijn om data te verzamelen, op te slaan en te analyseren. De gezamenlijke waarde van ruwe data, databases en data science wordt in het rapport omschreven als ‘datakapitaal’. Nederland bouwde volgens de onderzoekers tussen 2013 en 2024 voor ongeveer 466 miljard euro aan datakapitaal op.

Meer focus op inzichten uit data

Het onderzoek laat zien dat de nadruk steeds minder ligt op het verzamelen van gegevens en juist meer op het genereren van inzichten. De investeringen in data science stegen, gecorrigeerd voor inflatie, van 17,4 miljard euro in 2013 naar 32,2 miljard euro in 2024. Dat betekent een groei van 86 procent.

Volgens Baarsma past die ontwikkeling bij de overgang van een kenniseconomie naar een zogenoemde intelligentie-economie. “De echte waarde ontstaat wanneer organisaties data analyseren en omzetten in bruikbare inzichten. Toch zien veel bedrijven data-investeringen nog steeds als kostenpost, terwijl het in werkelijkheid investeringen in toekomstige groei zijn.”

Het rapport toont aan dat een stijging van één procent in data-intensiteit — gemeten als investeringen per fte — samenhangt met 0,13 procentpunt extra economische groei in het daaropvolgende jaar. Daarmee hebben data-investeringen volgens PwC een relatief snelle economische impact vergeleken met investeringen in bijvoorbeeld infrastructuur of onderwijs.

Zorgsector grootste investeerder

In absolute bedragen investeerde de sector zorg en welzijn het meest in dataproducten. In 2024 ging het om 19,5 miljard euro, vooral gericht op dataverzameling zoals patiëntendossiers, diagnosegegevens en behandelregistraties.

Kijkend naar investeringen per medewerker voeren financiële dienstverlening, vastgoed en informatie & communicatie de ranglijst aan. Volgens Baarsma benutten private organisaties data doorgaans actiever om waarde te creëren, terwijl de publieke sector data vaak vooral opslaat vanwege regelgeving. Tegelijkertijd ziet zij juist voor sectoren als de zorg kansen om data breder in te zetten voor hogere kwaliteit en meer arbeidsproductiviteit.

Datavaardigheden steeds belangrijker

Meer dan de helft van alle beroepen besteedt inmiddels minstens tien procent van de werktijd aan datagerelateerde taken, blijkt uit het onderzoek. Datavaardigheden zijn daarmee allang niet meer alleen relevant voor ICT-specialisten.

PwC benadrukt dat bedrijven, werknemers en overheid gezamenlijk moeten investeren in opleiding en arbeidsmarktbeleid om de groeiende datagedreven economie te ondersteunen. Tegelijkertijd zijn juist in data-intensieve functies, zoals ICT-specialisten, ingenieurs en businessanalisten, grote personeelstekorten zichtbaar.

Volgens Baarsma remt die krapte de toekomstige groei van de Nederlandse economie. “Het oplossen van deze tekorten kan substantieel meer economische waarde opleveren. Dat vraagt om gerichte investeringen in onderwijs en arbeidsmarktbeleid.”