Hoeveel stroom van Nederlandse kolencentrales gaat naar het buitenland?
Nederland produceert nog altijd veel elektriciteit met kolencentrales, terwijl tegelijkertijd een groot deel van de Nederlandse stroomproductie naar het buitenland wordt geëxporteerd. In 2025 exporteerde Nederland per saldo bijna 14 terawattuur elektriciteit, een record. Maar hoeveel van die geëxporteerde stroom kwam daadwerkelijk uit Nederlandse kolencentrales?
Het opvallende antwoord is: dat is niet exact vast te stellen. Elektriciteit wordt namelijk niet per energiebron afzonderlijk door het elektriciteitsnet naar Duitsland of België gestuurd. Zodra een kolencentrale elektriciteit produceert, komt die op het gezamenlijke Nederlandse en Europese elektriciteitsnet terecht. Welke elektronen uiteindelijk in Nederland worden gebruikt en welke via een interconnector naar het buitenland gaan, is daardoor niet rechtstreeks te herleiden.
Nederland exporteerde in 2025 bijna 14 TWh
Volgens het Nationaal Energie Dashboard produceerde Nederland in 2025 ongeveer 128 TWh elektriciteit. Het binnenlandse elektriciteitsverbruik lag rond de 116 TWh. Het verschil, aangevuld met de import en export via de internationale verbindingen, resulteerde in een netto-export van bijna 14 TWh. Nederland was daarmee het hele jaar netto exporteur van elektriciteit. Een groot deel van de export ging naar België en Duitsland.
De export is daarmee aanzienlijk. 14 TWh staat gelijk aan 14 miljard kilowattuur. Ter vergelijking: een gemiddeld Nederlands huishouden gebruikt ongeveer 2.500 kWh elektriciteit per jaar. De netto-export van 2025 komt daarmee theoretisch overeen met het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van miljoenen huishoudens.
Dat betekent echter niet dat Nederland 14 TWh aan elektriciteit produceerde die speciaal voor buitenlandse afnemers was bestemd. De Europese elektriciteitsmarkt werkt op basis van vraag, aanbod en prijs. Wanneer Nederlandse producenten goedkoop kunnen produceren en de prijs in bijvoorbeeld Duitsland of België hoger ligt, kan elektriciteit richting die landen stromen.
Kolencentrales spelen nog steeds een rol
Ook kolencentrales deden in 2025 mee aan deze elektriciteitsproductie. De actuele CBS-cijfers laten zien dat kolen in verschillende maanden goed waren voor een aanzienlijke hoeveelheid elektriciteitsproductie. Zo produceerden kolencentrales in maart 2025 netto 1,64 TWh en in april 1,12 TWh. In mei zakte dat terug naar 0,26 TWh.
De inzet van kolencentrales verschilt sterk per maand. Dat komt onder meer door de ontwikkeling van de elektriciteitsprijzen, de gasprijs, de beschikbaarheid van wind en zon en de prijs van CO₂-emissierechten. In februari 2025 bijvoorbeeld leidde een combinatie van hogere gasprijzen en een lagere productie uit hernieuwbare bronnen tot een hogere inzet van kolencentrales.
Daarmee ontstaat een interessante situatie. Op momenten dat Nederland veel elektriciteit produceert en de binnenlandse vraag lager ligt, kan een deel van de productie worden geëxporteerd. Dat geldt ook voor elektriciteit die op dat moment door kolencentrales wordt geproduceerd.
Maar je kunt niet zeggen: deze kolenstroom ging naar Duitsland
Een uitspraak als "een derde van de Nederlandse kolenstroom gaat naar Duitsland" kan daarom niet rechtstreeks uit de officiële elektriciteitsbalans worden afgeleid.
Het CBS registreert afzonderlijk hoeveel elektriciteit in Nederland wordt geproduceerd uit kolen en hoeveel elektriciteit wordt geïmporteerd en geëxporteerd. De statistiek maakt daarbij geen koppeling tussen de energiebron en het uiteindelijke exportland. Het CBS benadrukt dat de elektriciteitsbalans bestaat uit productie, import en export en dat de export afzonderlijk naar landen wordt uitgesplitst.
Dat betekent dat we wel kunnen vaststellen hoeveel kolenstroom Nederland produceert en hoeveel elektriciteit Nederland netto exporteert, maar niet welk exact deel van de kolenproductie over de grens terechtkomt.
Er kan bovendien tegelijkertijd stroom worden geëxporteerd én geïmporteerd. Nederland heeft verbindingen met onder meer België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Denemarken. Via die verbindingen wordt voortdurend elektriciteit verhandeld. TenneT beheert een groot deel van deze internationale verbindingen.
Vooral Duitsland en België zijn belangrijke afnemers
In 2025 ging een aanzienlijk deel van de Nederlandse netto-export naar België en Duitsland. In december exporteerde Nederland bijvoorbeeld netto ongeveer 1,44 TWh elektriciteit. De hogere export ten opzichte van december 2024 kwam volgens het Nationaal Energie Dashboard vooral door een grotere export naar België en Duitsland.
Dat maakt de discussie over kolenstroom interessant. Nederland kan op een bepaald moment elektriciteit produceren met kolen, terwijl tegelijkertijd stroom naar Duitsland of België wordt geëxporteerd. Vanuit het elektriciteitsnet is die export echter niet als "kolenstroom" te labelen.
De herkomst van de elektriciteit kan alleen boekhoudkundig worden benaderd. Als de Nederlandse productie hoger ligt dan de binnenlandse vraag en kolencentrales op dat moment draaien, kan worden gesteld dat de kolenproductie bijdraagt aan het exportoverschot. Maar dat is iets anders dan aantonen dat een bepaalde hoeveelheid kolenstroom fysiek naar het buitenland is gegaan.
De CO₂-uitstoot blijft wel aan Nederland gekoppeld
Voor de uitstoot maakt de internationale elektriciteitshandel een interessant verschil. De CO₂ die vrijkomt bij Nederlandse kolencentrales wordt toegerekend aan de Nederlandse elektriciteitsproductie, ook wanneer Nederland op dat moment netto elektriciteit exporteert.
Het Nationaal Energie Dashboard neemt de CO₂-uitstoot van de Nederlandse elektriciteitsproductie dan ook mee in de Nederlandse cijfers. Het dashboard merkt expliciet op dat Nederland netto-exporteur van elektriciteit is en dat de uitstoot van de geëxporteerde elektriciteit in de cijfers over de Nederlandse elektriciteitsproductie wordt meegenomen.
Daarmee ontstaat een belangrijk onderscheid. De elektriciteit kan uiteindelijk door een buitenlandse consument worden gebruikt, terwijl de uitstoot van de Nederlandse kolencentrale in de Nederlandse emissiecijfers terechtkomt.
Export betekent dus niet automatisch groene stroom
De sterke groei van de Nederlandse elektriciteitsexport in 2025 kwam overigens niet alleen door fossiele centrales. Volgens het Nationaal Energie Dashboard was ongeveer 52 procent van de Nederlandse elektriciteitsproductie afkomstig van duurzame bronnen. Vooral de groei van zonne en windenergie droeg bij aan de hoge productie. Tegelijkertijd waren ook gas en kolen onderdeel van de elektriciteitsmix.
Juist op momenten waarop veel zon en wind beschikbaar zijn, kan Nederland meer elektriciteit produceren dan binnenlands nodig is. Die elektriciteit kan vervolgens worden geëxporteerd. Op andere momenten kan de export worden gevoed door gascentrales of kolencentrales.
De conclusie is daarom genuanceerder dan de simpele vraag hoeveel kolenstroom Nederland naar het buitenland stuurt. Nederland exporteerde in 2025 netto bijna 14 TWh elektriciteit, maar er bestaat geen officiële statistiek die zegt welk percentage daarvan afkomstig was van kolencentrales. Wel staat vast dat kolencentrales een deel van de Nederlandse productie leverden en dat die productie onderdeel kan zijn geweest van de elektriciteit die via de internationale verbindingen naar België, Duitsland en andere landen stroomde.
Wie dus beweert dat bijvoorbeeld "14 TWh Nederlandse kolenstroom naar het buitenland ging", gaat verder dan de beschikbare cijfers toestaan. Wat de cijfers wél aantonen, is dat Nederland een substantiële hoeveelheid elektriciteit exporteert terwijl Nederlandse kolencentrales nog steeds elektriciteit produceren. De precieze herkomst van de geëxporteerde kilowatturen is door de werking van het Europese elektriciteitsnet niet één op één vast te stellen.
